Afgelopen week was het tachtig jaar geleden dat, op 21 mei
1946, KLM luchtvaartgeschiedenis schreef.
Die dag vertrok vanuit Amsterdam de eerste geregelde KLM-lijndienst naar New
York, en daarmee werd KLM de eerste Europese luchtvaartmaatschappij die na de
Tweede Wereldoorlog weer op de Verenigde Staten vloog.
De vlucht was een avontuur op zich. Het toestel, een Douglas
C-54 Skymaster, maakte tussenstops in Prestwick (Schotland) en Gander (Canada)
voordat New York na ruim 25 uur vliegen werd bereikt. Aan boord zaten 32
passagiers.
In de afgelopen tachtig jaar groeide de route uit tot een
van de belangrijkste verbindingen binnen het netwerk van KLM. Tegenwoordig
vliegen KLM en Delta Air Lines gezamenlijk vier keer per dag tussen Amsterdam
en New York. Jaarlijks reizen honderdduizenden passagiers via deze route tussen
Europa en Noord-Amerika.
KLM besteedt zowel in Amerika als in Nederland aandacht aan het
jubileum in de vorm van exposities. In New York is een tijdelijke
tentoonstelling geopend in The New York Historical over de geschiedenis van de
route en de langdurige band tussen Nederland en New York.
In Nederland is in het Aviodrome de nieuwe expositie geopend
‘De PH-TAR en de reis naar de nieuwe wereld’. De tentoonstelling neemt
bezoekers mee terug naar de allereerste trans-Atlantische KLM-vlucht, met
historisch beeldmateriaal en verhalen uit de begintijd van het
intercontinentale vliegen. Blikvanger is een Douglas DC-4 in het kleurenschema
van de PH-TAR, hetzelfde type vliegtuig waarmee de historische vlucht in 1946
werd uitgevoerd, waarvan het interieur in oude glorie is hersteld.
De expositie in het Aviodrome is vanaf nu te bezoeken en
blijft te zien tot eind 2027.