HAARLEMMERMEET – De afgelopen maanden heeft Wethouder Charif
El Idrissi de vier plekken bezocht in de gemeente Haarlemmermeer waar
Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen. Ruim 900 mensen verblijven in twee
hotels in Badhoevedorp en op Schiphol-Rijk, een voormalig schoolgebouw in Nieuw-Vennep en een voormalig
bedrijfspand in Cruquius. Ook worden Oekraïners opgevangen bij particulieren.
(bron en foto: Gemeente Haarlemmermeer)
Na de inval van Rusland vluchtten veel mensen uit Oekraïne
om te ontsnappen aan het geweld. Vele ontheemden zochten een veilige plek in
Europa en een deel van hen kwam naar Nederland, in de hoop dat de oorlog snel
voorbij zou zijn. Maar nu, meer dan drie jaar later, is er nog steeds strijd.
Tijdens zijn bezoeken aan de opvanglocaties zag de wethouder
dat mensen zorgvuldig worden begeleid,
maar hij merkte ook dat het zwaar is voor hen om al lange tijd in
onzekerheid te leven op een opvanglocatie. Ze willen graag hun ‘eigen boontjes
doppen’ en worden daarbij geholpen.
Het locatiemanagement wordt verzorgd door RIBW-K/AM. Samen met de eigenaren,
vrijwilligers en andere hulporganisaties zorgen zij ervoor dat de bewoners
worden begeleid. Veel van hen hebben werk, leren de taal en alle kinderen gaan
naar school. De meeste kinderen zijn de Nederlandse taal al machtig. Ook
krijgen ze waar nodig hulp bij dagelijkse dingen om hun weg te vinden in de
Nederlandse maatschappij.
Wethouder El Idrissi: “Ik ben blij en trots dat veel
Oekraïners meedoen in de samenleving en snel een plek hebben gevonden om door
te gaan met een leven buiten het oorlogsgebied.”
Ondertussen blijft de oorlog doorgaan. Veel bewoners
ontvangen berichten van familie en vrienden die nog in Oekraïne zijn. De
onzekerheid en het aanhoudende geweld in hun thuisland zijn moeilijk om mee om
te gaan. Toch maken zij er het beste van. Het leren van de Nederlandse taal,
het werken en het naar school gaan of een opleiding volgen, maakt dat zij zich
staande houden. De wil om te blijven ontwikkelen en deel te nemen aan de
maatschappij is sterk.
De overheid helpt met geld om de opvangkosten te betalen.
Vanaf januari betalen de bewoners ook een eigen bijdrage voor een opvangplek.