Van bloemenzaad tot biodiversiteit: hoe kleine zaden een groot verschil maken

20 jul , 8:38Blogs en columns
blog 19 juli volop  groente op new terra
St Meergroen, aangeleverd
Iedereen wordt blij van bloemen. Ik in ieder geval wel. Maar bloemenweides zijn veel meer dan een kleurrijk plaatje. Ze vormen een onmisbare schakel in het herstel van onze biodiversiteit.
Blog Franke van der Laan:
Het bovenstaande werd deze week opnieuw pijnlijk duidelijk toen we op onze 1,5 hectare grote New Terra-bloemenweide bloemenzaad aan het oogsten waren.
Het leek wel alsof ik in een Alpenweide stond. Overal fladderden vlinders. Vooral Icarusblauwtjes – ik schat tussen de 500 en 1.000 exemplaren – maar ook hooibeestjes, distelvlinders, atalanta's en koolwitjes. Zoveel vlinders op één plek had ik al jaren niet meer gezien. Dankzij de grote variatie aan waardplanten en nectarrijke bloemen vinden insecten hier precies wat ze nodig hebben.
Inmiddels beheren we bijna dertig hectare aan bloemenweides, verdeeld over ongeveer tien verschillende typen. Dat klinkt veel, maar in werkelijkheid is het niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Rondom ons liggen uitgestrekte bedrijventerreinen, versteende woonwijken en landbouwgebieden waar pesticiden nog altijd een grote rol spelen. Voor de natuur zijn dat moeilijke leefgebieden. Er is dus nog volop ruimte – en vooral noodzaak – om meer bloemenweides aan te leggen.
Gelukkig groeit het besef dat biodiversiteit hard achteruitgaat. Maar één van de grootste obstakels blijft de prijs van goed bloemenzaad. Biologisch, inheems bloemenzaad kost tussen de 150 en 500 euro per kilo. Voor een hectare heb je al snel twintig tot dertig kilo nodig. Wie het goed wil doen, is daardoor al snel vier- tot zesduizend euro kwijt aan alleen het zaad.
Goedkoper zaad uit Oost-Europa is volop verkrijgbaar, maar bevat vaak niet-inheemse of steriele soorten die weinig bijdragen aan de biodiversiteit en soms zelfs de winter niet overleven. Goed voor de handel, minder goed voor de natuur.
Daarom oogsten we steeds meer zaad uit onze eigen bloemenweides. Dat heeft meerdere voordelen. Het bespaart veel geld, het levert lokaal aangepast zaad op en het is bovendien mooi werk voor onze vrijwilligers. Vorig jaar verzamelden we op die manier tachtig kilo bloemenzaad, goed voor de aanleg of verbetering van ruim 6,5 hectare bloemenweide.
Toch kent handmatig oogsten zijn grenzen. Het afknippen van zaaddozen is nauwkeurig werk, maar langzaam. Soms levert een vrijwilliger in een dagdeel slechts één à twee ons zaad op. Daardoor konden we maar een klein deel van onze bloemenweides benutten voor de oogst.
En dat terwijl de natuur een ongelooflijke productiemachine is. Neem de klaproos. Eén plant, gegroeid uit één zaadje, kan vijftig tot vijfhonderd bloemen produceren. Elke bloem bevat vervolgens weer tweehonderd tot vierhonderd zaadjes. Dat betekent dat één plant uiteindelijk tussen de 15.000 en 150.000 zaden kan opleveren. Er is dus meer dan genoeg voor nieuwe planten, voor vogels, insecten en andere dieren én om een klein deel verantwoord te oogsten.
Deze week hebben we daarom een nieuwe stap gezet. We experimenteerden met elektrische bladzuigers. Normaal gesproken ben ik geen liefhebber van bladblazers of bladzuigers – een hark werkt vaak net zo goed – maar voor het oogsten van rijp bloemenzaad blijken ze verrassend effectief.
Door de zuigmond voorzichtig langs rijpe zaaddozen en bloemhoofdjes te bewegen, kunnen we een deel van de loslatende zaden opvangen voordat ze op de grond vallen. We oogsten daarbij slechts ongeveer vijf tot tien procent van het beschikbare zaad, zodat er ruim voldoende overblijft voor natuurlijke verspreiding en als voedsel voor dieren.
Niet iedere plantensoort leent zich even goed voor deze methode. Bij ratelaar zijn de zaadjes eenvoudig uit de zaaddozen te zuigen. Bij klaprozen is dat lastiger, omdat de piepkleine zaden eerst uit de bodem van het zaaddoosje omhoog moeten worden geschud. Ook de opvangzak van de bladzuiger blijkt nog niet ideaal: de fijnste zaden verdwijnen deels weer door de grove stofstructuur en kieren. Daar moeten we nog een betere oplossing voor bedenken.
Toch zijn de eerste resultaten veelbelovend. In twee dagen verzamelden we ruim vijf kilo bloemenzaad. Met de oude handmatige methode was dat waarschijnlijk niet meer dan een halve kilo geweest. Dat verschil biedt perspectief. Wordt dus zeker vervolgd.
Zomerpiek in de voedselproductie
Niet alleen de bloemenweides stonden deze week volop in bloei. Ook onze voedselproductie bereikte een nieuw hoogtepunt. Dat is eigenlijk precies waar de zomervakantie ooit voor bedoeld was: vroeger kregen mensen vrij om ervoor te zorgen dat er voldoende voedsel voor de rest van het jaar werd binnengehaald.
Bij ons schoot de oogst deze week werkelijk omhoog. De tomatenproductie steeg van drie naar veertig kilo, courgettes van drie naar zestig kilo, terwijl ook bonen en komkommers volop begonnen te produceren. Dat betekende een drukke week van oogsten, wieden, dieven en zorgen dat alle groenten op de juiste plek terechtkomen.
De opbrengst gaat eerst naar onze vrijwilligers, daarna naar de twee groentewinkels die we zelf beheren, vervolgens naar biologische markten in Amsterdam en Zeist en daarna naar een boerderijwinkel en een restaurant. Gelukkig produceren we op dit moment meer dan genoeg en kunnen we tot ongeveer half oktober nog extra afnemers bedienen.
Samen genieten
Op zaterdag sloten we de week feestelijk af tijdens Nelson Mandela Day in de Lincolnpark Buurttuin. Een dag die draait om gemeenschapszin en om iets doen voor een ander. Dat past precies bij waar wij voor staan.
Ongeveer dertig bezoekers genoten van de tuin, de overvloedige oogst en Zuid-Afrikaanse gerechten, bereid met producten van eigen bodem. Zulke momenten laten zien dat natuur, voedsel en ontmoeting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Zo was ook deze week weer allesbehalve saai: vol bloemen, vlinders, groenten, vrijwilligers en nieuwe ideeën. Precies zoals ik het graag zie.
Franke van der Laan  
Stichting MEERGroen
MeerBomen.Nu
Klimaatburgemeester Haarlemmermeer 2021-2026
loading

Loading