Hoofddorp - In het leven weet je nooit hoe het balletje rolt. Je kunt een stip op de horizon zetten en daar doelgericht naartoe werken, maar soms komen er onverwacht kansen voorbij die te interessant zijn om te laten liggen.
Blog Franke van der Laan
Zo werd ik deze week tot mijn eigen verbazing gevraagd om als expert mee te draaien in een burgerberaad van de provincie Zuid-Holland over toekomstbestendige wijken. Alleen al uit nieuwsgierigheid wilde ik daar graag bij zijn. Hoe werkt zo'n burgerberaad eigenlijk? En natuurlijk is zo'n bijeenkomst ook een mooie gelegenheid om mensen te ontmoeten en ideeën uit te wisselen.
Het idee achter een burgerberaad spreekt op het eerste gezicht aan. Een groep burgers wordt uitgenodigd om zich te verdiepen in een ingewikkeld maatschappelijk vraagstuk, daarover met elkaar en met deskundigen in gesprek te gaan en uiteindelijk aanbevelingen te formuleren. De politiek kan vervolgens besluiten wat zij met die adviezen doet. Het kan een manier zijn om burgers nadrukkelijker te betrekken bij besluiten die grote gevolgen hebben voor hun leefomgeving.
De mens als onderdeel van het ecosysteem
Ik werd ingedeeld bij het onderwerp groenbeheer, natuur en klimaatadaptatie. En juist daar begon het bij mij te wringen.
Als ecoloog kijk ik inmiddels zo'n dertig jaar naar de manier waarop wij met onze leefomgeving omgaan. Daarbij valt mij steeds opnieuw op dat we de mens vaak niet als onderdeel van het ecosysteem beschouwen. We gedragen ons alsof natuur, ruimte, water en grondstoffen onbeperkt beschikbaar zijn en economische groei eindeloos kan doorgaan.
Maar ondertussen stapelen de problemen zich op: klimaatverandering, stikstof, verlies aan biodiversiteit, ontbossing, overbevissing, plasticvervuiling, pesticiden, schaarser wordende grondstoffen en een steeds grotere druk op de beschikbare ruimte.
En toch willen we tegelijkertijd steeds meer: meer woningen, meer mobiliteit, meer consumptie en meer economische groei. Liefst zonder zelf iets te hoeven inleveren. Naar mijn mening zit precies daar een van de grote dilemma's van deze tijd.
248.000 woningen
Tijdens de bijeenkomst werd verteld dat Zuid-Holland voor een enorme woningbouwopgave staat: er moeten de komende jaren honderdduizenden woningen bijkomen. Vervolgens kwam de vraag op tafel hoe we daarbij tegelijkertijd natuur kunnen sparen en zelfs de kwaliteit van de leefomgeving kunnen verbeteren.
Daar staat mijn verstand soms bij stil.
Want groen wordt in onderzoeken en gesprekken vrijwel altijd belangrijk gevonden. Mensen willen bomen, parken, natuur, schaduw en ruimte om te wandelen. Tegelijkertijd staat diezelfde groene ruimte voortdurend onder druk van woningbouw, bedrijventerreinen, infrastructuur en andere ruimtelijke claims.
We willen dus méér woningen én meer natuur, meer wegen én minder files, economische groei én minder uitstoot. Op papier lijkt dat allemaal naast elkaar te kunnen bestaan. In de fysieke werkelijkheid blijkt de ruimte echter begrensd.
Dat spanningsveld kwam tijdens het burgerberaad voor mij heel duidelijk naar voren.
Van achtertuin naar lange termijn
Ook de gesprekken met de deelnemende burgers waren interessant. Een burgerberaad vraagt van mensen dat zij verder kijken dan hun directe persoonlijke belang. Dat blijkt niet altijd eenvoudig.
Een discussie over de inrichting van Nederland in de komende tientallen jaren kan al snel terechtkomen bij heel concrete zorgen: een bushalte die te ver weg staat, parkeerplaatsen, de eigen straat of de eigen achtertuin. Dat zijn begrijpelijke onderwerpen, maar de grote uitdaging is juist om daarnaast ook het gezamenlijke langetermijnbelang te blijven zien.
Hoe ziet Zuid-Holland er over dertig, vijftig of honderd jaar uit? Hoeveel ruimte willen we bebouwen? Hoeveel natuur willen we behouden? Hoeveel economische activiteit past binnen de grenzen van onze leefomgeving? En welke consequenties zijn we bereid daarvoor te accepteren?
Dat zijn veel moeilijkere vragen.
Eén probleem oplossen, twintig andere creëren?
Ook de woningbouwopgave zelf zette mij aan het denken. Natuurlijk is er woningnood en natuurlijk hebben mensen een dak boven hun hoofd nodig. Maar iedere grootschalige uitbreiding heeft ook gevolgen.
Meer woningen betekenen doorgaans ook meer verkeer, energiegebruik, afval, infrastructuur, voorzieningen en druk op de beschikbare ruimte. Daarom zou de discussie naar mijn idee niet alleen moeten gaan over de vraag hoe we honderdduizenden woningen bouwen, maar ook over de bredere gevolgen daarvan en over de vraag welke ontwikkeling op lange termijn werkelijk houdbaar is.
Wanneer we één probleem oplossen en daarmee een reeks andere problemen vergroten, moeten we ons op zijn minst afvragen of we de juiste keuzes maken.
Mijn bezoek aan het burgerberaad was daarom buitengewoon interessant, maar niet uitsluitend vrolijk stemmend. Het bevestigde vooral hoe ingewikkeld het is om een werkelijk toekomstbestendige samenleving vorm te geven wanneer vrijwel ieder belang om méér ruimte vraagt.
De natuur dacht dat het lente werd
Ondertussen liet de natuur deze week zelf zien hoe ongewoon de omstandigheden inmiddels kunnen zijn.
Het warme weer in combinatie met de vochtigheid zorgde op onze terreinen voor verschijnselen die we normaal gesproken niet met de herfst associëren. Fruitbomen begonnen opnieuw te bloeien en rabarber zette verse groei in, waardoor er zelfs weer geoogst kon worden.
Nog opmerkelijker waren de bonen. Planten die in augustus eigenlijk hun productie hadden beëindigd, kwamen opnieuw op gang en leverden zomaar weer zo'n 40 kilo prima bonen.
Ook de pompoenen bleken nog niet klaar. Nadat de planten dit seizoen al ongeveer 4.000 kilo pompoenen hadden geproduceerd, begonnen ze opnieuw vruchten te vormen. Als het weer een beetje meewerkt, kan daar mogelijk nog eens honderden kilo's oogst bijkomen.
Het zijn fascinerende waarnemingen, maar ze zetten ook aan het denken. Klimaatadaptatie krijgt steeds meer aandacht: steden vergroenen, water vasthouden, huizen koelen en ons voorbereiden op hitte en extreme neerslag. Dat is noodzakelijk.
Maar uiteindelijk blijft voor mij de fundamentelere vraag overeind: hoeveel kunnen we ons blijven aanpassen zonder iets te veranderen aan de oorzaken?
Misschien is dat wel de belangrijkste vraag wanneer we spreken over toekomstbestendige wijken. Niet alleen hoe we onze wijken aanpassen aan de toekomst, maar vooral welke toekomst we met elkaar willen creëren.
Franke van der Laan
Stichting MEERGroen
MeerBomen.Nu
Klimaatburgemeester Haarlemmermeer 2021–2026